Aanschaf Fokken met konijnen
Afdrukken E-mail

Fokken met konijnen

In Nederland is een konijnen overschot en de asiels zitten overvol. Daarom pleit Stichting 'de Hoge Hoed' ervoor dat iedereen zijn konijnen uit een asiel haalt. Door te fokken draag je bij aan de overschotproblematiek. Nestjes zijn erg schattig, maar het blijkt vaak moeilijk om een goed tehuis voor de jonkies te vinden. Grote rassen kunnen wel 9 jonkies krijgen. Bovendien neemt ieder nieuwgeboren konijntje de plaats in van een asielkonijn.

Ondanks dat wij het fokken afraden, kunnen wij dit niet verbieden. Bovendien komen 'ongelukjes' regelmatig voor omdat de verkoper het geslacht niet goed heeft bepaald. Vandaar dat we hier toch aandacht aan dit onderwerp besteden. Eén van de taken van stichting 'de Hoge Hoed' is immers het geven van goede voorlichting.

De voorbereidingen

Als je hebt besloten om je voedster een nestje te laten krijgen, is de volgende stap het zoeken naar een geschikte partner. Probeer zoveel mogelijk de volgende punten in acht te nemen:

  • De dieren mogen geen uiterlijke gebreken laten zien, of erfelijke afwijkingen hebben. (Denk  hierbij aan doorgroeiende tanden en een zwak darmgestel.)
  • De dieren moeten beide gezond zijn.
  • De toekomstige ouders moeten ongeveer even groot zijn. Een grotere ram is af te raden, daar de jonkies dan te groot zullen zijn voor de moeder.
  • De dieren mogen geen parasieten onder de leden hebben (Zoals mijt.)
  • Het vrouwtje moet tussen de 1 en 3 jaar oud zijn.

Zodra je een passende ram hebt gevonden kun je beginnen met de dekking. Laat de dekking plaatsvinden in het hok van de ram, zodat deze niet wordt afgeleid door vreemde geuren. Ook zal de voedster het niet tolereren als je de ram in haar gebied zet, doe je dit toch dan zal een aanval niet uitgesloten blijven.

Over het algemeen duurt het daadwerkelijke dekken maar 5 minuten (of zelfs minder), al komt het wel eens voor dat het een uur kan duren. Dit is meer een uitzondering dan regelmaat. De voedster zal zich niet meteen willen laten dekken. Om de kans van een geslaagde dekking te vergroten, kun je de voedster later nog even bij de ram laten zitten. Deze zal haar dan nog een of twee maal bespringen. Houdt er rekening mee dat de voedster dit niet altijd wil. Zodra ze beginnen te vechten moet je ze scheiden.

Om een idee te krijgen of de voedster gedekt is, kun je de voedster na een aantal dagen weer bij de ram zetten. Als de voedster weer gedekt wordt, is de vorige poging mislukt. Stribbelt de voedster tegen, dan kun je ervan uitgaan dat de dekking succesvol is verlopen.

De dracht

Bij kleine rassen duurt de dracht 28 dagen en bij de grotere 32 dagen. Het is altijd mogelijk dat de dracht wat langer of korter duurt.

Schijnzwangerschap komt vaak bij voedsters voor. Ze maakt een nest, reageert erg territoriaal en zal sneller aanvallen. Dit gedrag gaat vanzelf over. Laat het konijn en haar nest met rust. Na een aantal dagen zal zij de interesse in het nest verliezen en dan kun je deze verwijderen.

Blijkt de voedster zwanger te zijn, dan is het jouw taak om er voor te zorgen dat ze gezond blijft. Geef haar haar normale konijnenvoer, eventueel meer als normaal. De dracht en daarna het zogen, zijn een zware belasting voor het lichaam van de voedster. Een energiereserve is dan ook een must. Hooi en water moeten er altijd zijn.

In tegenstelling tot de mens, wordt een drachtige voedster niet zichtbaar dikker. Als je je hand onder haar buik houdt, zul je misschien voelen dat ze iets dikker is geworden. Laat je dus niet in de maling nemen met het idee dat ze niet zwanger is.

Heb je een ram en een voedster, hou dan het mannetje weg van het vrouwtje. Direct na de bevalling is het vrouwtje meteen weer vruchtbaar en kan dus meteen weer een nieuw nestje krijgen. Je begrijpt dat dit niet gezond is voor haar lichaam. Het beste kun je de ram meteen na de dekking laten castreren. Zes weken na de castratie mag hij dan weer voorzichtig aan het vrouwtje worden gekoppeld.

Het nestje

Zorg dat het hok, vlak voor de uitgerekende datum, goed schoon is. Heeft de voedster al een nest gemaakt, laat het dan zo, want dan zal de bevalling snel beginnen. Houdt er rekening mee dat je het verblijf van de voedster een flinke periode niet kun schoonmaken.

Om te voorkomen dat de jongen uit het nest kruipen, kun je een nestkistje maken met een verhoogde rand, waar de kleintjes niet gemakkelijk overheen kunnen. Het voordeel van zo'n nestkistje is dat je het hok toch kunt schoonmaken, zonder het nest te verstoren.

Zodra de voedster een nest begint te bouwen, is rust van groot belang. Geen muziek, vreemde geluiden of kinderen die nieuwsgierig zijn. De voedster zal plaats nemen op het nest en deze gaan verwarmen. Als zij eraf komt is de kans groot dat de bevalling voorbij is.

TIP: Zorg dat je van te voren een goede dierenarts hebt gevonden die veel afweet van konijnen. Voor het geval er complicaties zijn bij de bevalling, of als de moeder niet genoeg melk geeft.

Nestcontrole is heel belangrijk. Haal eerst je hand door de mest en kijk dan of de jongen leven en de buikjes rond zijn. Dode jongen moet je verwijderen.

Hoe moeilijk het ook is, laat de voedster en het nest zoveel mogelijk met rust.

Een voedster zoogt de jongen één tot twee maal per dag en zit dus niet de gehele dag op het nest. De moeder mag gewoon vrij rondlopen in huis, zolang ze maar altijd terug kan naar haar nest. Houd andere dieren weg bij het nest.

Als de voedster overlijdt, geen melk geeft of het jong verstoot die je toch wilt verzorgen is het van belang dat je een goede vervanging hebt voor de moedermelk. Koffiemelk, slagroom, kittenmelk en dergelijke volstaan niet. Ga naar de website van Melk voor Dieren voor meer informatie over het grootbrengen van jonge konijnen, de benodigdheden, juiste melk en adviezen voor tijdens het voeren.

Na een paar dagen zullen de jongen een dun nestvachtje krijgen, dat na twee weken volgroeid is. Tussen de tweede en derde levensweek gaan de oogjes open en de jongen zullen dan ook het nest verlaten. Ze zullen gaan scharrelen in het verblijf en een beetje met de voedster mee-eten. Knagen op een hooitje of wat biks is een goed teken.

Naarmate de jongen ouder worden zal de behoefte aan moedermelk afnemen en zullen zij steeds meer vast voedsel tot zich nemen.

Als de jongen zelfstandig eten en drinken kunnen ze bij hun moeder weg. Doe dit pas vanaf acht weken. Zo zijn ze weerbaarder voor de verhuizing en minder vatbaar voor ziektes. Haal niet in één keer alle jongen bij de moeder weg, maar doe dit langzaam. Zo geef je de melkklieren tijd om zich hierop aan te passen.

We adviseren je om niet vaker dan 1x per jaar een nestje te laten komen, omdat het anders een té zware belasting is voor het lichaam van je voedster.

 

Voeg uw reactie toe

Uw naam:
Uw e-mailadres:
Onderwerp:
Reactie:



Copyright © 2002-2012 - Stichting Konijnenopvang 'de Hoge Hoed'